← Table of contents
Aristoteles' Zielkunde

Note 64 — ARISTOTELES’ ZIELKUNDE.

J. M. (Jacobus Maurits) Fraenkel translation

Dat het lichaam van het levende wezen niet enkelvoudig kan zijn b.v. van vuur of lucht, is duidelijk. Want zonder tastgevoel kan het geen andere gewaarwording hebben; want alle bezield lichaam bezit tastzin, zooals gezegd is. De andere elementen behalve aarde kunnen zintuigen zijn, en allen bewerken de waarneming door iets anders, de middenstoffen. De tastzin vereischt de aanraking van de dingen zelf en heeft daardoor dien naam. Evenwel ook de andere zintuigen nemen door aanraking waar, maar door iets anders heen, de tastzin blijkt alleen door zichzelf waar te nemen. Dus kan geen lichaam van het levend wezen uit dergelijke elementen zijn. Ook niet van aarde. Want de tastzin betreft alle tastbaarheden als een gemiddelde en het zintuig neemt niet alleen de verschillen van aarde op, maar ook van warm en koud en alle andere tastbaarheden. En daarom nemen wij door beenderen, haren en dergelijke deelen niet waar omdat die van aarde zijn. 435b. En de planten hebben daardoor geen waarneming omdat zij van aarde zijn; maar zonder tastzin kan geen andere gewaarwording aanwezig zijn en dat zintuig is noch van aarde noch van een ander element. Het blijkt nu dat beroofd van deze waarneming alleen de levende wezens noodzakelijk moeten sterven; want het is niet mogelijk dat een niet-levend wezen deze heeft noch is het noodzakelijk dat een levend wezen een andere behalve deze heeft. En daarom vernietigen de andere waarneembaarheden door overmaat het levende wezen niet, als kleur en geluid en reuk, maar alleen de zintuigen, behalve bijkomstiglijk als b.v. met het geluid tegelijk stoot en slag komt en door gezichten en reuk andere dingen bewogen worden die door aanraking vernietigen. Ook de smaak vernietigt in zoover hij tevens als aanrakend werken kan. Maar de overmaat der tastbaarheden als warme koude en harde dingen vernietigt het levende wezen; want de overmaat van elke waarneembaarheid vernietigt het zintuig, dus ook het tastbare den tastzin en daardoor is het leven bepaald, want er is aangetoond dat zonder tastzin het levend wezen niet kan bestaan. Daarom vernietigt de overmaat der tastbaarheden niet alleen het zintuig, maar ook het levende wezen, omdat het noodzakelijk dezen zin alleen moet bezitten. De andere gewaarwordingen heeft het levend wezen, zooals gezegd is, niet om het bestaan maar om het hoogere, als gezicht omdat het in lucht en water, of in ’t algemeen in het doorschijnende is en moet zien, smaak om het aangename en onaangename in het voedsel waar te nemen en te begeeren en aangedaan te worden, gehoor om een mededeeling te ontvangen, de tong om aan een ander een mededeeling te doen64.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings