← Table of contents
Aristoteles' Zielkunde

Note 60 — ARISTOTELES’ ZIELKUNDE.

J. M. (Jacobus Maurits) Fraenkel translation

433b. Het blijkt nu dat het zoodanige zielsvermogen, het zoogenaamde streven, beweegt. Die de ziel in deelen verdeelen, krijgen, wanneer ze naar de vermogens verdeelen en scheiden, vele deelen, voedingsvermogen, waarnemingsvermogen, denkvermogen, beraadslagingsen streefvermogen; want het onderscheid tusschen dezen is grooter dan tusschen de begeerte en de hartstocht60. Daar strevingen voorkomen met elkaar in strijd, en dit gebeurt wanneer de rede en de begeerten in strijd zijn en bij hen, die waarneming van tijd hebben (want de geest verzet zich wegens de toekomst, de begeerte gelast om het oogenblikkelijke61; immers het oogenblikkelijk aangename lijkt volstrekt aangenaam en volstrekt goed, doordat men de toekomst niet ziet), zoo is naar vorm het bewegende één, het streefvermogen als zoodanig en allereerst het nagestreefde (want dit beweegt zonder bewogen te worden door gedacht of voorgesteld te worden), maar naar aantal zijn de bewegenden meer. Daar er drie zijn, een het bewegende, het tweede waardoor het beweegt en verder het derde wat bewogen wordt, en het bewegende is dubbel, deels onbewogen deels bewegend en bewogen wordend; zoo is het onbewogene het goede van de praktijk, het bewegende en bewogen wordende het streefvermogen (want het strevende als zoodanig wordt bewogen en het streven als werkzaamheid is een beweging) en het bewogen wordende het levende wezen, en het werktuig eindelijk waarmede het streven beweegt is lichamelijk; derhalve moet dat onderzocht worden bij de gemeenschappelijke verrichtingen van ziel en lichaam. Nu, in hoofdzaak gezegd, is het door organen bewegende daar waar begin en einde hetzelfde is, zooals het gewricht; want daar is het gebogene en het holle ’t eene einde ’t andere begin; daarom rust het eene en het andere wordt bewogen, naar begrip verschillend maar in uitgebreidheid ongescheiden; want alles wordt door stoot en trek bewogen. Daarom moet er als (’t middelpunt) in een cirkel iets rusten, en daarvan moet de beweging beginnen. In ’t geheel dus, zooals gezegd is, is het levende wezen als voorzien van streefvermogen voorzien van ’t vermogen van zelfbeweging; het bezit van streefvermogen is niet zonder voorstelling; alle voorstelling is of verstandelijk of uit de gewaarwording. Deze is ook het deel van de andere levende wezens.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings