Note 147 — VOORBERICHT.
Reading edition
Paulus Hermanus, Hoogleeraar in de Kruidkunde te Leiden, stelde zijn groot cabinet van zaden voor hem open, daar hij Leeuwenhoek’s belangrijke waarnemingen omtrent de structuur van het hout en andere merkwaardige onderzoekingen betrekkelijk de planten-physiologie waardeerde en persoonlijk met hem bekend was. Hij noodigde Leeuwenhoek uit de zaden, die hem behaagden, ter onderzoeking er uit te nemen. Onder meer andere viel zijn aandacht op het „Carpok-zaad”, hetwelk hij beschrijft147 als de zaaddragende vrucht van Panjala sive Arbor lanigera Bontii, in den „Hortus Malab.” T. III pag. 59. Wij maken hier alzoo kennis met dezelfde stof, welke wij als kapok kennen148.