Note 145 — VOORBERICHT.
Reading edition
Vragen van allerlei aard werden dikwijls aan zijn oordeel onderworpen en men ging zelfs zoo ver, dat men aan hem de kennis over verborgen zaken toeschreef, oordeelende dat de ontdekkingen, die hij bekend maakte, tot de onmogelijkheden behoorden en alleen met behulp van geheime kunsten konden bewerkt worden. „Ik weet wel,” zoo zegt hij in een brief aan zijn neef Dr. Abraham van Bleyswyk145, „dat dit mijn schrijven bij eenigen niet zal aangenomen werden, als oordeelende dat de geseyde ontdekkingen onmogelijk zijn te weeg te brengen; maar ik trek mij zoodanig tegenspreken niet aan. Men seyt tegenwoordig by de onverstandige nog van my, dat ik een tovenaar ben; ende dat ik de menschen vertoon dat ’er niet en is, dog het is haar te vergeven, zy weten niet beter.”