Note 143 — VOORBERICHT.
Reading edition
Ook had hij dikwijls langdurige gesprekken met geneeskundigen over de voeding en de verteering der spijzen, over de circulatie van het bloed door het ligchaam en over de bestrijding van de toen heerschende meening, dat het bloed, door de lucht die in de longen door het inademen komt, in een gistenden toestand geraakt. Hierover laat hij zich aldus uit143: „Ik heb sedert eenige jaren tegen verscheyde doctoren tragten staande te houden, dat ’er geen fermentatie in het bloed is, en onder anderen ook op wat manier ik my imagineerde, dat het bloed door het lighaam wierd voortgestooten, hoe hert en pols in een koortsige stark slaande, egter de circulatie van het bloet (meest) langsamer is; hoe onse vlees draatjens, schoon er geen bloedvaatjens door loopen, egter van het arteriaal bloed gevoed werden; hoe de spys in de maag en darmen verbryselt werd. Onder de doctoren was er een die my meenigmaal quam besoeken; dese verhaalde in presentie van andere Heeren, dat hy een groot gevallen had gehad in myne stellinge; dat hy laatst van my vertrekkende met nog een doctor, die in ’t geselschap was, den gantschen nagt, over myne redenen, die ik gewisselt had, hadde gephilosopheert; dat hy daarover soude schryven, maar my de eer soude geven, alsoo hy met een ander zyn gedagten niet wilde pronken.”