Note 139 — VOORBERICHT.
Reading edition
Nog verhaalt hij139 dat zeker Doctor in de medicynen hem een papiertje vertoonde, waarin eenige kleine deeltjes waren, door zekere jufvrouw in haar urine geloosd, met verzoek die te examineeren. Hij beschouwde deze voorwerpen door zijn microscoop en bemerkte al dadelijk, dat het zaadjes uit de aalbes waren. De geneesheer, die hij dit mededeelde, wist daar geen verklaring van te geven, en scheen niet ongenegen om de zaak voor mogelijk te achten, doch Leeuwenhoek bewees duidelijk, dat zulke zaadjes onmogelijk door de maag en ingewanden in de blaas konden geraken, maar was van gevoelen, dat eerder een der dienstboden die zaden in den waterpot zou geworpen hebben, „om door sulk doen, haar juffrouw te meerder kon beklaagt werden.” „Wij vinden menschen,” vervolgt hij, „die de naam wel willen dragen van doorgaans siekelyk te syn, omdat men haar beklagen en medelyden souden hebben.”