← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 89 — VOORBERICHT.

Reading edition

Beide deze soorten vond hij drijvende in een helder vocht (serum)89. Zijn oordeel over den betrekkelijken diameter van deze bloedlichaampjes was vrij juist. Zij waren volgens hem zeer klein bij de zoogdieren, grooter bij de vogels, nog grooter bij den kikvorsch en de visschen. De grootte dezer bloedlichaampjes bij den mensch, den os, het schaap en het konijn stelde hij zoo, dat honderd dezer „globulen” naast elkander liggende nauwlijks de ruimte van een zandkorrel beslaan90, de zandkorrel berekend = 1⁄30 van een duim91 in diameter, alzoo 1⁄3000 duim, welke maatbepaling zeer nabij komt met de grootte der bloedlichaampjes, zoo als deze later door de juistere maatbepalingen, door micrometers, zijn waargenomen (​1⁄125 millimeter). Deze diameter wordt door Rudolf en Hodgein eveneens als 1⁄3000 duim opgegeven; Wagner stelde ze 1⁄4000​, Paget tusschen 1⁄3500 en 1⁄4000​92. Bij de visschen is deze diameter van 1⁄1800​–​1⁄4000 bevonden en bij de kikvorschen = 1⁄1200​–​1⁄1920 duim93.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings