← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 88 — VOORBERICHT.

Reading edition

Ook Malpighi had reeds twaalf jaren vóór Leeuwenhoek, bij het beschouwen van het bloed eener egel onder het microscoop, roode lichaampjes onderscheiden, doch hij had deze voor vetbolletjes gehouden en er zich verder niet mede bezig gehouden. De verdienste van Leeuwenhoek in dit opzicht blijft dus in zijn geheel. Zoo is het ook bekend, dat Athanasius Kirscher in 1650 over lichaampjes geschreven heeft, die hij in het bloed van koortslijders als „kleine wurmpjes” zeide gezien te hebben. Leeuwenhoek echter onderzocht nauwkeurig het bloed van den mensch en later ook van verschillende dieren, zoo als van den os, het schaap, het konijn, de vleermuis, vogels, visschen enz. Bij de zoogdieren vond hij den vorm dezer lichaampjes steeds rondachtig, op kleine lenzen gelijkende en noemde ze daarom „globulen”; later zag hij bij de vogels, kikvorschen en eenige soorten van visschen enz., dat deze lichaampjes afgeplat en eivormig van gedaante waren88 en noemde deze, in onderscheiding der eersten, „particulen”. Latere onderzoekingen hebben echter geleerd, dat de eersten niet bolrond zijn, maar platgedrukt, op kleine schijfjes gelijkende, waarom zij thans „bloedschijfjes” genoemd worden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings