Note 75 — VOORBERICHT.
Reading edition
De Hoogleeraar Harting, deze maatbepalingen van Leeuwenhoek besprekende, zegt daarvan,75 dat als men bedenkt hoe uiterst gebrekkig de handelwijze van Leeuwenhoek was, men niet nalaten kan zich te verwonderen over de mate van nauwkeurigheid, die sommige zijner bepalingen werkelijk bezitten, iets dat men alleen verklaren kan, door de juistheid van een oog, dat door een jaren lange oefening eene zekerheid in het bepalen van maten verkregen had, welke een minder goed waarnemer geheel moet missen. Zoo bepaalt hij bijv.76 de doormeter van een bloedlichaampje gemiddeld op dien van 1⁄100 van een zandkorrel, dat is, (deze 1⁄30 duim in diameter hebbende) 1⁄300 duim; en werkelijk komt deze bepaling zeer na overeen met de gemiddelde grootte der bloedlichaampjes, zooals deze tegenwoordig met onze nauwkeurige hulpmiddelen gevonden wordt.