← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 73 — VOORBERICHT.

Reading edition

Leeuwenhoek bezigde echter altijd deze bepaling als eene vergelijking om slechts eene aanschouwelijke voorstelling te geven van de kleinheid der voorwerpen, door hem met het microscoop waargenomen. In veel later tijd schijnt hij de onzekerheid van de vergelijking met zandkorrels, wegens hun groot verschil in grootte, te hebben ingezien, en bedient hij zich nu van een’ „geerst-greijntje of een mostersaetje”, zooals bijv. uit een brief aan Hermanus Boerhaave, d.d. 26 Augustus 171773 blijkt. „Ik hebbe voor desen geseyt, dat ik soodanige kleyne dierkens in ’t water sag swemmen, dat ze met haar duysent millioenen in groote geen grof sant souden uytmaken. Maar alsoo der tussen de grove sanden een groot onderscheyt in groote is, zoo wil ik liever seggen, de groote van een geerst-greyntje of mostert-saetje, ende seggen dat, by aldien duysent millioenen van die kleyne diertjes nevens den anderen lagen, deselve de lengte niet souden bereyken van een geerst-greyntje of mostert-saetje”. Nog eene curieuse vergelijking in de maatbepaling vindt men in een brief aan Constantijn Huygens, d.d. 21 Mei 167974. Zij betreft de grootte der zeer kleine (vooronderstelde) vaatjes in een diertje in het peperwater. Daartoe bepaalde hij eerst hoeveel haar-breedten de lengte van een duim uitmaken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings