← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 64 — VOORBERICHT.

Reading edition

Dit geheim nu van de wijze waarop Leeuwenhoek zijne lenzen sleep en ze die buitengemeene helderheid gaf, liet hij zich door niemand ontlokken en ontweek steeds zorgvuldig daarvan iemand verklaring te geven, of wel beantwoordde de aanzoeken daartoe met stilzwijgen. Ook had men hem meermalen aangespoord die kunst aan anderen te leeren en er bij voorbeeld aan jongelieden onderricht in te geven. Leibnitz schijnt hem in dien geest daarover geschreven te hebben, waarop Leeuwenhoek hem in de volgende bewoordingen antwoordde64: „Om jonge luyden tot het slypen van glasen aan te voeren, ende als een school op te regten; daar uyt kan ik niet sien dat veel soude voortkomen; want door myne ontdekkingen en slypen van glasen, syn veele studenten tot Leyden aangemoedigt, ende daar syn drie Glasenslypers geweest, bij dewelke de studenten het glasenslypen gingen leeren. Maar wat is ’er uyt voort-gekomen? niets, soo veel my bekent is; omdat meest alle de studenten daar op uyt komen, om door de wetenschappen gelt te bekomen, of wel door de geleertheyd geagt te syn; ende dat steekt in het glas te slypen, ende in het ontdekken van de saaken, die voor onse oogen verborgen syn, niet. En het staat ook by mij vast, dat van duyzent menschen geen een bequaam is, om sig over te geven tot soodanige studie, omdat er veel tijds toe vereyst wert, veel gelt gespilt wert, ende men gedurig met syne gedagten moet besig wesen, sal men wat uytvoeren. Ende daarenboven syn de meeste menschen niet weetgierig; ja eenigen, daar men het niet van behoorde te wagten seggen, wat is ’er aangelegen of wy het weten?”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings