← Table of contents
Antony van Leeuwenhoek, de ontdekker der infusorien, 1675-1875

Note 61 — VOORBERICHT.

Reading edition

Ten gevolge dezer discussiën werd door Mr. Henshaw voorgesteld aan Leeuwenhoek te verzoeken, „dat hij zijn uitvinding mocht willen bekend maken, indien het iets nieuws was.” Aan dit verzoek werd dan ook door Leeuwenhoek welwillend voldaan. In de vergadering van 1 April 168561 werd een brief van Dr. Molyneux voorgelezen van den 14den Maart, waarin hij mededeelde, dat de glazen, die Leeuwenhoek hem liet zien, de voorwerpen niet meer vergrootten dan verscheidene glazen die hij zelf vroeger zag en daardoor alzoo niets meer kon ontdekt worden dan hetgeen gemakkelijk met behulp van andere microscopen kon gezien worden, zoodat alzoo een verslag van deze microscopen te geven geenszins voldoende zou zijn. Doch, voegt hij er bij: „Het zijn alleen zijn eigene glazen, die deze meer dan gewone ontdekkingen doen.” Daarbij vermeldt hij gehoord te hebben, „dat hij nooit die glazen van betere soort verkocht.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings