Note 3 — VOORBERICHT.
Reading edition
„Het is,” zegt hij, „eenige jaren geleden, dat eenige Heeren van de Hooge Regeeringe van ons lant, eenige van mijne ontdekkinge quamen sien. Een van die Heeren seide tot de andere Heeren, in mijn presentie: „sal men soo veel arbeyt onbeloont laaten?” waarop de andere antwoordde: „dit seggen wij alle, en waarom doen wij het niet?””3