Note 42 — VOORBERICHT.
Reading edition
In 1677 maakte Butterfelld42 deze bolletjes door tot fijn poeder gestoten glas, dat hij aan de punt eener naald in de vlam van een spirituslamp hield, tot een bolletje samen te smelten. Ook Jan van Mussenbroek vervaardigde dergelijke glasbolletjes, naar de methode van Hooke en schijnt daarin zeer te hebben uitgemunt. Het verst van allen bracht het daarin Pater Della Torre van Napels43. Deze bracht het bolletje, dat hij op de wijze van Hooke aan een glasdraad gesmolten had, in eene komvormige holte, gemaakt in een stukje tripoli, waarin vervolgens het bolletje op nieuw gesmolten werd door de vlam der glasblazerslamp. De glasbolletjes van Della Torre vergrootten ongemeen sterk. De „Royal Society” te Londen ontving er in 1763 eenige van, waarvan het grootste een diameter had van 1⁄36 duim en 640maal in middellijn vergrootte; de doorsnede van het kleinste was 1⁄144 duim en zijn vergrootend vermogen 2560maal. Zulke sterk vergrootende bolletjes zijn echter, volgens Prof. Harting, wegens hun zeer korten brandpunts-afstand, als microscoop weinig bruikbaar. Volgens Harting geven de bolletjes van 300–900maal vergrooting het zuiverste beeld, zoodat zij zelfs in dit opzicht geslepen lenzen van gelijke vergrooting dikwijls werkelijk overtreffen.