Note 194 — VOORBERICHT.
Reading edition
Onder de geleerde vreemdelingen, die niet verzuimden bij het bezoeken van ons land ook een uitstap naar Delft te doen, ten einde den beroemden Leeuwenhoek te zien en het een en ander merkwaardigs van hem te beschouwen, behoort ook een geleerde Duitscher Zacharias Conrad von Uffenbach. Deze verhaalt, in zijn in 1754 in het licht gegeven „Merkwürdige Reisen durch Nieder-Sachsen, Holland und Engelland 3er Th.”, dat hij met zijn broeder op den 4den December 1710 een bezoek bracht „bij den beroemden „Observatore microscopico Leeuwenhoek”,” doch dat hij daartoe eene bijzondere aanbeveling noodig had194, daar Leeuwenhoek, die toen reeds 78 à 79 jaren oud was, den toegang tot hem niet meer zoo gereedelijk toestond, dewijl hij gedurig door allerhande nieuwsgierige bezoekers bleek lastig gevallen te zijn; zoo als blijkt uit het verzoek dat zoowel Leeuwenhoek, als zijne dochter Maria, aan de reizigers bij hun vertrek op het hart drukten, om aan niemand te zeggen dat zij bij haar vader waren toegelaten geworden. „Als wir gehen wolten” verhaalt Uffenbach „bate sowohl der wunderliche Mann, als auch seine Tochter instäntlich, dasz wir doch niemand sagen solten, dasz wir bey ihne gewesen und etwas gesehe; denn es seye alt, und des vieles Ueberlaufens, sonderlich von Leuten, die keine rechte Liefhaber seyen, ganz mühe.”