← Table of contents
Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje

Note 1 — IV. WAT ZOO MOOI WAS ALS ZONNESCHIJN.

Reading edition

En zij drukte haar lippen op de hand van den koning en zij nestelde zich tegen zijn knieën op de treden van den troon om het verhaal van haar tocht te doen.1 Heel, heel klein scheen Wanda nu; zij had den mantel uitgedaan, zich den doek van het hoofd genomen en haar blonde lokken leken nu wel goud tegen den donkeren troon; vaalgrijs was haar kleedje bij de pracht van den koningsmantel en het verguldsel van de zaal. Maar haar oogen glansden met diepen gloed en haar hand legde zich op den kop van den hond, die al kwispelstaartend aan haar voeten was gaan liggen. „Vader,” sprak nu Wanda, „met leege handen kom ik terug en toch heb ik gezocht van Oost tot West, van Noord tot Zuid, naar allen kant.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings