Note 1 — TWEEDE HOOFDSTUK. Keizer, Koning en Vrijboer.
Reading edition
Koning Filips IV, de Schoone, was een echte dwingeland, die werkelijk zich zelven boven alles plaatste, en zelfs den Paus niet onderdanig wilde zijn. In 1119 hadden negen Fransche Ridders zich verbonden tot eene geestelijke Ridderorde, die in het Heilige Land de belangen van het Christendom zou verdedigen. Zij verbonden zich ongehuwd te blijven en al hunne bezittingen aan de Orde te vermaken. Zij werden Tempelheeren of Tempeliers genoemd, en namen in aantal steeds toe, zelfs lang, nadat het Koninkrijk Jeruzalem gevallen was. De Orde bleef bestaan en was schatrijk en machtig. Om zich van hunne rijke bezittingen meester te kunnen maken, en ook om hen te straffen, omdat ze het gewaagd hadden hem te trotseeren, wist hij bij den Paus te bewerken, dat deze die Orde ophief. Nu, hiermede werd geen kwaad gedaan, want de Tempeliers leefden over het algemeen zeer onzedelijk en bemoeiden zich volstrekt niet met het doel van de instelling der Orde: bescherming van den Christelijken godsdienst tegenover de Turken. Koning Filips liet hen nu overrompelen en gevangen nemen, en alleen in 1307 vonden op zijn' last te Parijs honderddertien Tempelridders den dood op den brandstapel. Dit gruwelijke feit had in October van dat jaar plaats.—