Note 1 — HOOFDSTUK XII.
Reading edition
En nu begint het meisje, den blik gewend naar het punt, dat ze zal bezingen, zonder een der reizigers aan te zien, en blijkbaar zichzelve en deze vergetend, haar lied. Met een stem, zoo hoog, zoo helder en zoo zuiver als de klank van zilver tegen fijngeslepen kristal, zingt ze, op een eenvoudige, bijna eentonige wijze, door den grijsaard, begeleid:1