Note 4 — HOOFDSTUK VI.
Reading edition
—De boschwachter, een Duitscher van afkomst, was een soort van grappenmaker. Hij had den hond dien vreemden naam gegeven, om, wanneer een Geldersche boer hem vroeg: „Hoe heet je hond?” met den klemtoon op de laatste lettergreep grinnekend te kunnen antwoorden: „Wie du”.4 Vermoedde hij, dat de vrager iemand was, die hem de aardigheid kwalijk kon nemen, dan legde hij den nadruk op de eerste lettergreep, wat de woordspeling verborg.—