Note 3 — HOOFDSTUK VI.
Reading edition
„Wel zeker, de vent spreekt kranig Latijn, misschien kunnen we iets voor den armen drommel doen. Daar kijkt hij weer om. Ik zal hem een teeken geven, dat we komen,” en den arm in de richting van De Kruisberg uitstrekkende, schreeuwde de oudste: „Cras!”3