Note 1 — Gewapend verzet. 1568.
D. C. (Dirk Christiaan) Nijhoff translation
Op den 6en April had de Prins de commissiebrieven geteekend, waarbij aan Lodewijk vergunning werd gegeven, om op ’s Prinsen naam troepen te verzamelen. Hij koos het slecht verdedigd Noorden, op het oogenblik dat de stadhouder van Groningen, Aremberg, afwezig was, als het meest geschikte punt van den aanval. Met 4000 man, die zich in korten tijd vol geestdrift onder zijn aanvoering stelden, met het devies: “Nunc aut nunquam, recuperare aut mori,”1 trok de dappere veldheer op den 24en April de grenzen bij Wedde over en verraste Arembergs kasteel aldaar. Vandaar trok hij naar Appingedam, waar hij zich met zijn jongeren broeder Adolf vereenigde, die een kleine ruiterij bij zich had. Te Wedde, Appingedam en Slochteren richtte Lodewijk zijn standaards op en tallooze zwervers en avonturiers voegden zich daarbij.