Note 1 — VAN EEN DOODEN MANDARIJN.
Reading edition
Hij geleidde mij door een voorplein naar de ontvangkamer van het huis. Een kleine zaal, licht gemaakt door kleuren. Aan de wanden lange, breede lappen zijde, een pracht van rood, en groen, en rose en blauw, in alle tinten, van intense passie-kleur tot effene teederheid, waarin zwarte karakters, gevat in gouden rand. Deze karakters zeggen den roem des dooden, en de vriendschap der gevers. Al deze zijden kostbaarheden zijn geschenken van vrienden, en kleuren het groote gevoel van liefde om de menschen, die rouwen, als een troost voor de oogen, die in weening zijn geweest. Ernstig worden de Chineesche woordkarakters daarin aangezien, als méér dan doode schriftteekens, als zelf heilige symbolen, en mystieke kostbaarheden.1