Note 2 — VAN EEN DOODEN MANDARIJN.
Reading edition
Men houde toch vooral niet Nîrwana voor eene uitdooving en brute, onzinnige vernietiging van Leven tot Niets. Van géén mystiek woord is zooveel misbruik gemaakt als van Nîrwana. Zelfs een eminent schrijver als Couperus gebruikt het op vele plaatsen verkeerd (in „Eline Vere”). Nîrwana is niet te definieeren, evenmin als het begrip God, omdat het iets is boven alle idee en vergelijking. Het zou eenigszins—maar zeer vaag en onvolkomen—weer te geven zijn als de Al-Ziel der wereld, waartoe alles kan teruggebracht worden, en dit is rustig en stil, en eindeloos, en het eenig Reëele. Maar alle woorden blijven er ver van, evenals alle begrippen ver van God blijven …
Dat de menschen, die zich Nîrwana niet konden voorstellen, zich zelve een soort van hemel zijn gaan verbeelden, met de boeddha’s als bevolking, en van buitensporige pracht, is verkeerd en absoluut in strijd met het essentieele boeddhisme, maar overigens verklaarbaar evenals de traditioneele met poorten omringde en met muziekmakende engelen bevolkte hemel der burgerluidjes in strijd is met Jezus’ leer. Men moet vooral geen puur boeddhisme uit dit stukje willen halen. De figuren van Kwan-Yin en Saam-Poo-Hoet, en de Lôhàns zijn echte boeddhistische, maar zij zijn natuurlijk verkeerd gebruikt in deze Chineesche voorstelling van den hemel, hoe grootsch artistiek die overigens ook is. ↑