← Table of contents
Wijsheid en Schoonheid uit China

Note 1 — HET CHINEESCHE TOONEEL.

Reading edition

Den volgenden dag trok Han Lee Hoa met haar leger uit de poorten van Hân Kong Koan om slag te leveren met den vijand. Volgens oorlogsgebruik werden donderbussen afgestoken, en op zware trommels geslagen. De legers kondigden meestal hun komst ridderlijk aan, om den vijand tot het gevecht op te roepen. Han Lee Hoa, die in smachtend verlangen was om te zien wie Si Ting San was, reed te paard buiten de gelederen, en riep uitdagend, dat Si Ting San uit het vijandelijk leger moest treden, om met haar den eersten kamp te strijden. De oude veldheer Si Dzîn Kuì, die een trotsch en hooghartig man was, voelde zich echter beleedigd, dat een barbaren-vrouw zóó zijn eigen zoon durfde bevel te geven, en verbood hem, gehoor te geven aan de uitdaging. Hij gelastte zijn’ mandarijn To̱ It Hó̱ om het meisje te grijpen. To̱ It Hó̱ zag, hoe verleidelijk schoon Han Lee Hoa was, zooals zij, in volle wapenrusting, te paard gezeten in fiere houding tusschen de beide legers alleen stond, en antwoordde met graagte aan het bevel, zeggende, dat hij haar als vrouw zou houden, als hij haar kon gevangen nemen. De mandarijn Lô Tsiong was even getroffen van hare schoonheid als To̱ It Hó̱, en vroeg Si Dzîn Kuì verlof, om ook uit de gelederen ten strijde te mogen treden, wat toegestaan werd. Beide mandarijnen reden het meisje tegemoet. Hoe dichter zij haar naderden, des te schooner zagen zij de begeerde vrouw. Han Lee Hoa ontving hen met scheldwoorden, en riep: „Jelui twee mannen met die verschoten gezichtskleur, barbaren, hoe durf je hier te komen! Je hadt beter gedaan met mijn zwaard te vermijden, dat je tot een vleeschbrij zal maken. Ik heb Si Ting San geroepen.” Lô Tsiong greep zijn lans, en To̱ It Hó̱ zijn geelgouden strijdhamer, en zij riepen spottend: „Zijn wij dan soms óók geen mannen? Als gij ons eerst overwint, kunt gij Si Ting San roepen.” Han Lee Hoa riep in woede: „Wil jelui wel eens ophouden zoo onbeleefd te zijn?” greep haar twee zwaarden, en viel aan. De lans en de hamer van hare vijanden werden naar haar hoofd gezwaaid, maar zonder zich verschrikt te toonen gaf zij een teeken met haar zwaard. Toen kwamen op dit tooverteeken van alle zijden reusachtige strijders opdagen met groene gezichten en lange slagtanden, in gouden harnas, en gewapend met zwaarden en bijlen. De twee mandarijnen schrikten „tot hun ziel niet meer paste bij hun lichaam” en vluchtten. Het geheele Chineesche leger in paniek hun achterna. Zóó kwam het verslagen leger weer in het versterkte kamp, waar Si Dzîn Kuì op den uitslag van den strijd wachtte. Deze was woedend over dezen vreemden soort veldslag en zeide: „Dit verachtelijke meisje heeft in ’t geheel geen beleefdheid1. Zij heeft heksenkunsten.” Toen wees hij Tō̱ Sien Tong aan, om uit de gelederen te treden, want het paste niet aan Si Ting San om met zulk een vrouw te gaan strijden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings