← Table of contents
Wijsheid en Schoonheid uit China

Note 6 — EEN FANTAZIE1, NAAR AANLEIDING VAN LAO TSZ’S FILOSOFIE.

Reading edition

„Goed zoo, jonge man. Maar verwar het niet. In wat gij ziet is Tao. Maar Tao is niet wat gij ziet. Gij moogt vooral niet denken, dat gij Tao zoudt kunnen aanschouwen met uwe oogen. Noch zal het vreugde wekken in uw hart, noch zullen er uwe tranen van vloeien. Want al uwe gevoelens en emoties zijn betrekkelijk en niet reëel. Maar hierover wil ik op het oogenblik nog niet verder praten. Gij staat nog maar voor de eerste Poort, en gij ziet nog maar het eerste uchtendgloren van het licht. Dat gij weet hoe Tao in alles is, is reeds veel. Het zal uw leven natuurlijker maken en vertrouwder. Want, geloof me, gij ligt in de omarming van Tao als een kind in moeders omhelzing. Gij zult er zoo heel ernstig door worden, want gij zult u overal voelen nog heiliger dan een vroom priester in een tempel. Gij zult ook niet vervaard meer zijn voor de wisseling der dingen, voor leven en dood. Want gij weet èn leven èn dood zijn uit Tao. En het is zoo eenvoudig, dat Tao, dat u in het leven omringde, ook na den dood even eindeloos om u heen zal zijn. Zie naar het landschap voor u! De boomen, de bergen, de zee zijn uwe broeders, en ook de lucht en het licht. Ziet ge, hoe de zee daar aankomt? Zoo van-zelf, zoo natuurlijk, zoo omdat-het-nu-eenmaal zóó moet. Ziet gij het boompje neigen, uwe lieve zuster, en ziet ge hoe teêr en eenvoudig al die bladertjes doen? Dan zal ik u vertellen van „Wu Wei”6, van „Niet-Doen,” van „Van-Zelf-Gaan” op den adem van uwe beweging, zooals die uit Tao is geboren. De menschen zouden ware menschen kunnen zijn als zij hun leven van-zelf lieten gaan zooals de zee gaat, zooals de natuur bloeit, in de simpele mooiheid van Tao. Er is in elk mensch een drang van beweeg, die uit Tao is gekomen, en hem weer tot Tao wil terugvoeren. Maar de menschen worden verblind door hunne zintuigen, en hunne begeerten. Zij willen lust, verlangen, haat, roem, en rijkdom. Zij bewegen fel als groote stormen, en hun gaan is een woest opstijgen, en wild weer neervallen. Zij houden zich vast aan alles, wat on-reëel is. Zij willen veel te veel om het Eéne te willen. Zij willen ook wijs zijn, en goed, en dit is het ergste. Zij willen te veel weten. Maar het éénige Heil is: de terugkeer tot onzen Oorsprong. In ons is Tao. Tao is Rust. Wij kunnen alleen tot Rust komen door niet te verlangen, ook niet naar goedheid of wijsheid. O! Al dat verlangen om te weten wat Tao is. En dat droeve werk van woorden om het te zeggen, om het te vragen. De ware Wijze betracht de Leer die zonder woorden is, die ongesproken blijft.7 En wie zou ooit Tao kunnen uitzeggen. Die weten (wat Tao) is spreken het niet uit, wie het uitspreken weten het niet.8 Ook ik zal u niet zeggen wat Tao is. Gij moet dat zelf gaan vinden door u vrij te maken van alle begeerten en emoties en dan Van-zelf te leven, zonder onnatuurlijke actie. Gij moet zacht naar Tao heenedrijven, zoo egaal en rustig als daar de vlakke, groote oceaan beweegt. Zij beweegt niet omdat zij wil bewegen, omdat zij weet dat het wijs of goed is om te bewegen. Zij beweegt vanzelve, en weet het zelve niet. Zoo zult gij in luchte zweving naar Tao verglijden, en gij zult het niet weten als gij aangekomen zijt, want dan zult gij Tao zelve zijn.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings