Note 1 — ZEVEN-EN-DERTIGSTE HOOFDSTUK.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Inderdaad waren niet slechts de gevelde boomen weggeruimd, maar nadat men hunne stompen uitgegraven en de aarde rondom bespit en met gras bezaaid had was het blijkbaar, dat de sporen der vernieling, behalve voor een oog, dat van nabij met de plaats bekend was, reeds geheel uitgewischt waren. Er had een dergelijke hervorming plaats gehad met betrekking tot Davie Gellatleys uiterlijk, die hun te gemoet kwam en ieder oogenblik stilstond, om het nieuwe pak te bewonderen, dat zijn gestalte versierde, en van dezelfde kleuren was als eertijds, maar zoo fraai afgezet, dat Touchstone zelf1 er gerust in had mogen voor den dag komen. Hij kwam aandansen met zijn gewone belachelijke sprongen, eerst naar den Baron, en toen naar Rose, terwijl hij met de handen over zijn kleederen streek en uitriep: „Schoon, Davie,” en nauwelijks in staat, door de buitensporige vreugde, die hem geheel buiten adem gebracht had, om een enkele slotrijm van zijn duizend en één liedjes uit te galmen. Desgelijks herkenden de honden hun ouden meester, met duizenderlei blijde sprongen.