Note 1 — WAT NU TE DOEN?
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Waverley met postpaarden reizende, volgens de gewoonte van dien tijd, ondervond geen ander bezwaar, dan een paar navragen, die de talisman van zijn paspoort voldoend beantwoordde, en bereikte op deze wijze de grenzen van Schotland. Hier ontving hij bericht van den beslissenden slag van Culloden.1 Het was niets anders, dan hetgeen hij lang had verwacht, ofschoon de voorspoed te Falkirk een laatsten straal op de wapenen des Prinsen geworpen had. Met dat al trof het hem als een schok, waardoor hij tijdelijk geheel uit het veld was geslagen. De edelmoedige, de hoffelijke, de hooghartige avonturier was dus nu slechts een vluchteling, op wiens hoofd men een prijs had gesteld. Zijn, zoo dappere, zoo hooggestemde, zoo getrouwe aanhangers, waren dood, gevangen of in ballingschap. Waar was nu de geestdrijvende en fijn gevoelige Fergus, indien hij inderdaad den nacht te Clifton had overleefd? Waar de rechtschapene baron van Bradwardine met zijn onvergelijkelijke eenvoudigheid, wiens zwakheden, zijn belangeloosheid, zijn goedhartigheid en zijn onwrikbaren moed slechts te meer deden uitkomen? En zij, die geen anderen steun hadden dan deze twee mannen, Rose en Flora, waar moest men haar zoeken, en in welke bittere ellende moest het verlies harer natuurlijke beschermers haar niet gedompeld hebben! Aan Flora dacht Waverley met de achting eens broeders voor een zuster; aan Rose met een nog levendiger en teederder gevoel. Misschien zou het nog zijn lot worden, het gemis der natuurlijke beschermers, die zij verloren hadden, te vergoeden. Door deze gedachte aangespoord, zette hij zijn reis met te meer spoed voort.