Note 2 — VIJF-EN-DERTIGSTE HOOFDSTUK.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Des avonds bezocht hem de priester, en berichtte dat hij dit deed op verzoek van zijn overleden vriend, om hem te verzekeren, dat Fergus Mac-Ivor gestorven was gelijk hij geleefd had, en tot het laatste toe zijner vriendschap was indachtig geweest. Hij voegde er bij, dat hij ook Flora had bezocht, wier zielstoestand bedaarder scheen, nu alles afgeloopen was. Met haar en zuster Theresia was de priester voornemens Carlisle den volgenden dag te verlaten, en zich naar de naaste zeehaven te begeven, waar hij naar Frankrijk wenschte scheep te gaan. Waverley dwong dezen goeden man een ring van eenige waarde, en een som gelds aan te nemen, om gebezigd te worden (daar hij dacht dat dit Flora aangenaam wezen zou) tot katholieke kerkdiensten, voor de nagedachtenis van zijn vriend. „Fungarque inani munere”2, dacht hij, toen de geestelijke vertrokken was. „Maar waarom zou men deze hulde aan de nagedachtenis niet rangschikken naast andere bewijzen van liefde en genegenheid, door alle gezindten aan de herinnering der afgestorvenen gewijd?”