← Table of contents
Waverley

Note 1 — VERWOESTING.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Het verhaal van den Baron was kort, wanneer men er de spreekwoorden en gemeenplaatsen in het Latijn, Engelsch en Schotsch, waarmede zijn geleerdheid het opsierde, wegliet. Hij stond lang stil bij de droefheid, die hem getroffen had over het verlies van Eduard en Glennaquoich, schetste de veldslagen van Falkirk en Culloden, en verhaalde, hoe hij, nadat alles in het laatstgenoemde gevecht verloren was, naar huis was teruggekeerd, in de meening van gemakkelijker een schuilplaats te zullen vinden onder zijn eigene boeren, en op zijn eigen landgoed, dan ergens elders. Een afdeeling soldaten was uitgezonden om zijn eigendommen te verwoesten; want barmhartigheid was niet aan de orde van den dag. Hun vernielingswerk was echter gestuit door een bevel van het Civiele Hof. Men erkende dat het landgoed niet vervallen verklaard mocht worden aan de Kroon, ten nadeele van Malcolm Bradwardine van Inch-Grabbit, den erfgenaam in de mannelijke lijn, wiens aanspraak op de baronie niet lijden mocht door de handelingen van den tegenwoordigen eigenaar, daar hij zijn recht van dezen niet ontleende, – en die dus, gelijk een aantal andere erfgenamen van leengoederen, in denzelfden toestand, er het bezit van erlangde. Maar, geheel verschillend van velen in soortgelijke omstandigheden, toonde de nieuwe heer spoedig, niet te zullen dulden dat zijn voorganger het minste voorrecht of voordeel trok van de goederen, die hem hadden toebehoord, en dat het zijn voornemen was, zich het ongeluk van den ouden Baron in zijn geheele uitgestrektheid ten nutte te maken. Dit was te onedelmoediger, daar het van algemeene bekendheid was, dat de Baron, met het romantische denkbeeld bezield, om het recht van dezen jongeling, als mannelijken erfgenaam, niet te benadeelen, de erfopvolging op zijn dochter niet had willen overdragen. Deze onrechtvaardige zelfzucht stiet de dorpelingen geweldig tegen de borst, die hun ouden meester hartelijk lief hadden, zoodat zij niet weinig verontwaardigd waren over het gedrag van zijn opvolger. In des Barons eigen woorden, „strookte deze zaak niet met het algemeen gevoelen op Bradwardine, mijnheer Waverley; en de boeren waren traag en onwillig in het betalen van het verschuldigde; en toen mijn neef in het dorp kwam, met zijn nieuwen rentmeester, den heer James Howie, om de huur in te vorderen, loste, men weet niet wie, – ik vermoed echter, John Heatherblutter, de oude jagermeester, die in het jaar vijftien met mij uittrok – een schot op hem in het donker, waardoor hij zoo bang werd, dat ik met Cicero in Catilinam wel mag zeggen, abiit, evasit, erupit, effugit1. Hij liep, mijnheer, om mij zoo uit te drukken, in éen adem naar Stirling. En nu heeft hij het landgoed ten verkoop aangeslagen, daar hij zelf de laatste mannelijke erfgenaam van het leen is. En indien men mij door zulke zaken grieven kon, zou dit mij meer grieven, dan de overgang van het goed uit mijn eigen bezit, dat toch, volgens den loop der natuur, binnen weinige jaren zou moeten plaats hebben; daar dit nu overgaat uit handen van het geslacht, dat het in sæcula sæculorum moest bezeten hebben. Maar, Gods wil geschiede, humana perpessi sumus2. Sir John van Bradwardine – Zwarte Sir John, zoo als men hem noemde – die de algemeene stamvader van ons huis en der Inch-Grabbits was, dacht weinig dat zoo iemand uit zijn geslacht zou voortkomen. Intusschen heeft hij mij beschuldigd bij den een of ander van de primates, de tijdelijke bewindhebbers, alsof ik een aanvoerder van bravo’s en sluipmoordenaars was. En er zijn soldaten hierheen gezonden, om op mijn goederen te verblijven, en jacht op mij te maken als op een veldhoen in het gebergte, gelijk de H. Schrift zegt van den goeden koning David, of als onzen dapperen Sir William Wallace, – zonder daarom mijzelven met een van beiden te vergelijken. – Ik dacht, toen ik u aan de deur hoorde kloppen, dat zij het oude wild ten laatste in zijn leger hadden overvallen; en daarom nam ik mij voor, mijn leven ten duurste te verkoopen. – Maar nu, Janet, kunt gij ons niet wat avondeten bezorgen?”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings