Note 1 — NOG IETS OVER HET HEEREN-HUIS EN DE OMSTREKEN.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Daar hij niets anders verwachtte dan „een oud, oud man te zien, met een baard zoo wit als sneeuw,” dien hij zou kunnen ondervragen over het verlatene woonhuis, keerde onze held zich naar een klein eiken zijdeurtje, rijkelijk met ijzeren spijkers beslagen, en dat in den muur van het plein aan den hoek van het huis werd aangetroffen. Dit deurtje was, in weerwil van het versterkte voorkomen, slechts op de klink, en bracht Eduard, nadat het geopend was, in den tuin, die een aangenaam gezicht opleverde.1 De zuidzijde van het huis, met vruchtboomen, en hier en daar met hoog langs de muren groeiende klimplanten bewassen, strekte den onregelmatigen en grijzen voorgevel langs een, deels bestraat deels met zand bestrooid, deels met bloemen en uitgezochte heesters omzoomd, terras uit. Dit terras leidde langs drie verschillende trappen, waarvan een in het midden was, en twee aan de beide einden geplaatst waren, naar den tuin, en was omgeven door een steenen borstwering met eene zware ballustrade, van afstand tot afstand versierd met logge, groteske figuren van dieren, op de hurken gezeten, waaronder de geliefkoosde beer herhaaldelijk voorkwam. Midden op het terras, tusschen een vleugeldeur in het huis en den middelsten trap, droeg een dezer dieren op zijn kop en voorpooten een zonnewijzer van grooten omvang, met meer meetkundige figuren bezet, dan Eduard in staat was te ontcijferen.