← Table of contents
Waverley

Note 1 — LUCHTKASTEELEN.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

De daden van Wilibert van Waverley in het Heilige Land, zijn lange afwezigheid en gevaarlijke avonturen, zijn veronderstelde dood en zijn terugkomst op den avond, toen zijn geliefde den held gehuwd had, die haar tegen beschimping en verdrukking had beschermd; de edelmoedigheid, waarmede de kruisridder zijn aanspraken opgaf en in het naburig klooster den eeuwigen vrede zocht,1 – naar deze en soortgelijke verhalen kon hij luisteren tot zijn hart gloeide en zijn oog glinsterde. En niet minder was hij aangedaan, wanneer zijn tante Rachel, van het lijden en de dapperheid van Alice Waverley, gedurende den grooten burgeroorlog, verhaalde. De vriendelijke gelaatstrekken van de bejaarde jonkvrouw namen een verhevener uitdrukking aan, als ze verhaalde, hoe Karel, na den slag van Worcester, voor een dag toevlucht vond op Waverley-Honour, en hoe, toen een troep ruiterij naderde, om het huis te doorzoeken, Lady Alice haar jongsten zoon uitzond, van een handvol huisbedienden vergezeld, met het bevel, om ten koste van hun leven, een uur uitstel te bewerken, ten einde den Koning den tijd te verschaffen om te ontvluchten. „En, God zij haar genadig,” dus placht Freule Rachel voort te gaan, terwijl zij hare oogen op de beeltenis der heldin vestigde, en er bijvoegde, „wel kocht ze het behoud van haar koning duur met het leven van haar meest geliefd kind. Hij werd hier heen gebracht als gevangene, doodelijk gewond; en gij kunt nog de sporen van zijn bloed zien, van de groote zaaldeur, langs de kleine gaanderij en verder op naar de kamer waar hij werd nedergelegd, om aan de voeten zijner moeder te sterven. Maar ze troostten elkander; want hij zag aan het schitteren van zijn moeders oog, dat het doel zijner wanhopige verdediging bereikt was.” „Ach! ik herinner mij,” ging zij voort, „ik herinner mij nog iemand gezien te hebben, die hem kende en beminde. Om zijnentwil leefde en stierf Lucie St. Aubin ongehuwd, schoon een der schoonste en rijkste partijen in dit koninkrijk; het geheele land liep haar na, maar geheel haar leven lang droeg ze den zwaren rouw, om den armen Willem; want zij waren verloofd, ofschoon niet getrouwd, en ze stierf in – ik herinner mij den datum niet; maar wèl, dat in November van datzelfde jaar, toen ze gevoelde dat hare krachten begonnen af te nemen, ze nog eenmaal verlangde naar Waverley-Honour gebracht te worden. Ze bezocht toen al de plaatsen waar ze met zijn oudoom geweest was, en liet de tapijten opnemen, om het spoor van zijn bloed te zien, en als tranen in staat waren geweest het uit te wisschen, zou het er niet meer aanwezig zijn; want er was geen droog oog in het geheele huis. Gij zoudt gemeend hebben, Eduard, dat zelfs de boomen om haar treurden; want naast haar vielen de bladeren af, zonder dat het geringste koeltje zich bewoog; en waarlijk ze zag er uit als iemand, die ze nooit weder groen zou zien.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings