Note 2 — INLEIDING.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
En, indien ik aan mijn boek het opschrift had gegeven van: Waverley, een roman naar het Hoogduitsch, zou dan niet het stompste hoofd zich terstond een wellustigen abt, een dwingeland van een hertog, een verborgen en geheimzinnig gezelschap van Rozekruizen en Illuminati, met hunne eigenaardige uitrustingen van zwarte kappen, holen, dolken, electriseermachines, valdeuren en dievenlantaarns hebben voorgesteld? Of zoo ik verkozen had mijn werk: Een sentimenteel verhaal te noemen, zou dit dan niet voldoende geweest zijn, om daarmede eene heldin aan te kondigen met zware donkerbruine lokken en eene harp om haar te troosten in hare eenzame uren, en die ze gelukkig steeds van het kasteel naar de hut weet over te brengen, ofschoon ze zelve nu en dan genoodzaakt is uit een raam der tweede verdieping te springen, en menigmaal verdwaalt op haar tocht, alleen en te voet, of enkel begeleid door de lompe boerendeerne, wier brabbeltaal zij nauwelijks verstaan kan. – Of, eindelijk had ik mijn Waverley geheeten: Eene geschiedenis van onzen tijd, zoudt gij dan niet, vriendelijke lezer, een levendige schets van mij hebben gevorderd van de groote wereld, met een eenige anecdote van bijzondere schandalen, vooral dun omsluierd, en zoo veel te beter, indien ze wat sterk gekleurd waren; eene heldin uit Grosvenor-square2 en een held van den „Baroucheclub” of dien der „Four-in-hand”3, benevens een stel ondergeschikte karakters uit de Elegantes van Queen-Ann-StreetEast, of de schitterende helden van het Bureau in Bowstreet4?