← Table of contents
Waverley

Note 2 — HET VERBLIJF VAN EEN HOOGLANDSCHEN ROOVER.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Na op een behoorlijken afstand van het houtskolen-vuur geplaatst te zijn, welks hitte door het saizoen drukkend werd, zette een groot Hooglandsch meisje voor Waverley, Evan en Donald Bean drie bakken of houten tobbetjes, uit duigen en hoepels saamgesteld, met eunaruich2, een soort van krachtige soep uit een bijzonder gedeelte van de ingewanden van een os gereed gemaakt. Na deze verkwikking, die, hoewel niet zeer fijn, door vermoeienis en honger smakelijk gemaakt werd, werden osselappen, op een kolenvuur gebraden, in ruimen overvloed opgezet, die bij Evan Dhu en hun gastheer verdwenen met een vlugheid, welke naar tooverij zweemde en Waverley verbaasd deed staan, daar hij niet weinig verlegen was, hoe hunne vraatzucht te rijmen met hetgeen hij van de matigheid der Hooglanders gehoord had. Hij wist niet dat deze matigheid bij de lagere klassen geheel gedwongen was, en dat zij, die ze beoefenden, even als sommige roofdieren, met het vermogen begaafd waren, om zich behoorlijk schadeloos te stellen, wanneer de gelegenheid bestond om in overvloed te brassen. Opdat er niets aan het feest zou ontbreken, werd de brandewijn op kwistige wijze rondgediend. De Hooglanders dronken dien in groote hoeveelheid en onvermengd; maar Eduard, die hem een weinig met water had aangelengd, vond dien niet smakelijk genoeg om de proef nog eens te wagen. De gastheer betuigde zijn leedwezen, dat hij hem geen wijn kon voorzetten: „Had hij het maar vier-en-twintig uren te voren geweten, hij zou er voor gezorgd hebben, al had hij dien ook veertig mijlen ver moeten zoeken. Maar wat kon iemand meer doen, om zijn erkentelijkheid voor de eer eens bezoeks te toonen, dan het beste aan te bieden, dat zijn huis opleverde. Waar geen boomen zijn kunnen geen noten groeien, en men moet zich naar hen schikken, met wie men leeft.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings