← Table of contents
Waverley

Note 1 — HET VERBLIJF VAN EEN HOOGLANDSCHEN ROOVER.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Het binnenste van het hol, dat hier zeer hoog was, werd verlicht door toortsen van pijnboomtakken, die een helder en flikkerend licht verspreidden, en wier geur, hoewel sterk, niet onaangenaam was. Aan dit licht paarde zich de roode gloed van een groot houtskolen-vuur, waar omheen vijf of zes gewapende Hooglanders gezeten waren, terwijl anderen, door elkaâr op hun plaids in de meer afgelegen hoeken van het hol lagen te slapen. In een ruime holte van de rots, door den roover schertsende zijn provisiekamer genoemd, hingen bij de hielen de rompen van een schaap en twee koeien, kortelings geslacht. De hoofdbewoner van dit zeldzaam verblijf, door Evan Dhu vergezeld, die hem tot ceremoniemeester diende, trad zijn gast te gemoet. Zijn voorkomen en zijn manieren verschilden niet weinig van hetgeen Eduard zich in zijne verbeelding had voorgesteld. Het bedrijf dat hij uitoefende, de wildernis waarin hij leefde, de woeste en oorlogzuchtige gestalten die hem omringden, waren allen wel geschikt om schrik in te boezemen. Daarom verwachtte Waverley ook eene stugge, reusachtige, woeste gedaante te zullen ontmoeten, zoo als Salvator Rosa zou uitgekozen hebben om tot hoofdpersoon voor een zijner bandietenbenden te dienen.1

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings