Note 2 — HET GEHEIM BEGINT OPGEHELDERD TE WORDEN.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Nu verhaalde Waverley in het breede de omstandigheden, die den lezer reeds bekend zijn, waarnaar Fergus met groote oplettendheid luisterde. Inmiddels hadden zij de deur van Mac-Ivors kwartier bereikt, dat hij in een klein geplaveid binnenhof van de Canongate genomen had, en wel ten huize van een vroolijke veertigjarige weduwe, die het knappe jonge opperhoofd zeer vriendelijk scheen toe te lachen, daar zij een dier vrouwen was, bij wie goed humeur, en een goed gezicht zeker konden zijn welkom te wezen, welke staatkundige gevoelens hij ook mocht aankleven, die daarmede begiftigd was. Hier ontving hem Callum Beg met den glimlach eener oude kennis. „Callum,” zeide het Opperhoofd, „roep Shemus an snachad, (Jacob van de naald). Dit was de lijf-kleedermaker van Vich Ian Vohr. „Shemus’!” zeide het opperhoofd, „de heer Waverley gaat de cath dath dragen; zijn broek moet binnen de vier uren gereed zijn. Ge kent de maat van een welgemaakt man. Twee dubbele „nails”2 voor het dunne van het been.”