Note 1 — HET GEHEIM BEGINT OPGEHELDERD TE WORDEN.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
„Ik wist dat gij zoo over hem denken zoudt, als ge hem zaagt, en het was mijn oogmerk dat ge elkander vroeger zoudt ontmoeten, maar het werd door uw gekneusd been verijdeld. En toch heeft hij zijne zwakheden, of liever hij heeft een moeielijk spel te spelen, en de Iersche officieren1, die hem op den duur omringen, zijn maar ongelukkige raadslieden, – ze weten geen behoorlijk onderscheid te maken tusschen de talrijke eischen die door den hoogmoed gedaan worden. Zoudt gij wel gelooven – ik ben op dit oogenblik verplicht geweest, eene aanstelling tot graaf, voor diensten tien jaren geleden reeds bewezen, achterwege te houden, uit vrees van ijverzucht vooral van C– en M–, op te wekken. Maar ge hebt wel gelijk gehad, Eduard, om de plaats van adjudant te weigeren. Er zijn inderdaad twee plaatsen vacant, maar Clanronald, Lochiel, en meest al de clanhoofden hebben er ééne verzocht voor den jongen Aberchallader, en de Laaglanders en de Iersche partij verlangen de andere voor den heer van F–. Zoo dus een van deze twee ten uwen gevalle werd voorbij gegaan, zoudt gij u vijanden maken. En daarenboven verbaast het mij, dat de Prins u eene betrekking als majoor aanbood, daar hij zeer wel weet, dat niets minder dan die van luitenant-kolonel anderen voldoen zal, die geen honderd vijftig man te velde kunnen brengen. Maar, „geduld, neef, en de kaarten geschud!”.… Alles is voor het oogenblik heel wel, en wij moeten u, vóor den avond, behoorlijk hebben uitgerust in uw nieuw kostuum; want, om de waarheid te zeggen, uw uitwendige mensch past niet al te best voor het hof.”