← Table of contents
Waverley

Note 2 — EENE SCHERMUTSELING.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

De Hooglanders bleven niet lang ongemoeid in de verdedigende stelling, die zij ingenomen hadden. Door den nacht begunstigd, poogde een groot corps afgestegen dragonders de beschuttingen te doorbreken, terwijl een andere, niet minder sterke afdeeling, haar best deed, om er langs den grooten weg binnen te rukken. Beide werden met zulk een hevig vuur ontvangen, dat het hunne gelederen in verwarring bracht en hun vooruitgang krachtdadig stuitte. Niet tevreden met het dus behaalde voordeel, trok Fergus, wiens vurige geest bij het naderende gevaar al zijn veerkracht scheen herkregen te hebben, zijn zwaard, terwijl hij uitriep: „De sabel!” en moedigde zijn clan met woord en daad aan, om op den vijand in te houwen. Daarop, handgemeen geworden met de afgestegen dragonders, dwongen zij deze naar de open vlakte te wijken, waar een groot deel van hen in de pan gehakt werd. Maar de maan, die op eens te voorschijn kwam, toonde den Engelschen het kleine getal der aanvallers, die door het behaalde voordeel zelf in wanorde geraakt waren, waarop de beide escadrons te paard zich in beweging zetten, om hunne makkers te ondersteunen, terwijl de Hooglanders de beschuttingen weder poogden te bereiken. Maar verscheidene hunner, onder anderen hun dapper Opperhoofd, werden afgesneden en omsingeld, eer zij hun voornemen konden ten uitvoer brengen. Waverley, die Fergus met het oog zocht, van wien hij, zoo wel als van het terugtrekkende corps, was afgescheiden geraakt in de duisternis en verwarring, zag hem, met Evan Dhu en Callum, zich wanhopig verdedigen tegen een dozijn dragonders, die hen met hunne lange sabels aanvielen. De maan werd op dit oogenblik weder geheel bewolkt, en Eduard kon, in de duisternis, noch hulp toebrengen aan zijn vrienden, noch ontdekken, waarheen zijn eigen weg leidde, om zich weder bij de achterhoede te voegen. Na een paar malen ter nauwernood ontsnapt te zijn aan verslagen of gevangen gemaakt te worden door de benden ruiterij, die hij in het duister ontmoette, bereikte hij ten laatste een schutting, en na deze te zijn overgeklommen, achtte hij zich buiten gevaar en op den weg naar de Hooglandsche troepen, wier doedelzakken hij op eenigen afstand hoorde. Voor Fergus bleef er bijna geen hoop, dan die van krijgsgevangen gemaakt te worden. Terwijl hij diens lot met smart en angst overdacht, kwam het bijgeloof van den Bodach Glas Eduard weder voor den geest, en hij sprak, net innerlijke verbazing, tot zichzelven: „Hoe! kan de Duivel dan waarheid spreken?”2

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings