Note 1 — EENE SCHERMUTSELING.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
„Ha! het zou anders juist een historie voor de arme Flora geweest zijn, om u te vertellen. Of zoo die heuvel Benmore en dat lange blauwe meer, dat juist naar gindsche bergachtige streek kronkelt, Loch Tay, of mijn eigen Loch-an-Ri ware, – zou hetgeen ik u te verhalen heb, meer in overeenstemming zijn met het tooneel. Zetten wij ons echter op deze hoogte neder; ook Saddelback en Ulswater1 zullen beter passen bij hetgeen ik te zeggen heb, dan de Engelsche heggen, heiningen en boerenwoningen. – Gij moet dan weten, dat, toen een mijner voorvaderen, Ian nan Chaistel, Northumberland verwoestte, hij voor dezen tocht verbonden was met een soort van Zuidlandsch Opperhoofd, of Kapitein eener bende Laaglanders, met name Halbert Hall. Bij hun terugkomst door de Cheviotsche bergen, kregen zij twist over de verdeeling van den grooten buit, dien zij behaald hadden, en het kwam van woorden tot daden. De Laaglanders werden tot op den laatsten man toe neergesabeld, en hun Opperhoofd viel het laatst, met wonden bedekt, door het zwaard van mijn voorzaat. Sedert dien tijd heeft zijn geest zich altijd aan den Vich Ian Vohr, die het hoofd van den clan is, vertoond, als er een of ander groot ongeluk op handen was, maar vooral wanneer zijn dood nabij was. Mijn vader heeft hem tweemaal gezien; eens den avond voor dat hij krijgsgevangen gemaakt werd bij Sheriff-Muir; den anderen keer op den morgen van den dag, toen hij stierf.”