Note 1 — EEN OUDE EN EEN NIEUWE KENNIS.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
De Prins (want, daar hij slechts ongelukkig was door de misslagen en dwaasheden zijner voorouders, kunnen wij hem hier en elders den titel geven, aan zijne geboorte verschuldigd) haastte zich Waverley op te richten, en omhelsde hem met een uitdrukking van dankbaarheid, te warm om niet oprecht te zijn. Desgelijks dankte hij Fergus Mac-Ivor herhaalde malen, dat hij hem zulk een aanhanger had bezorgd, en stelde Waverley voor aan de verschillende edellieden, opperhoofden en officieren, die hem omringden, als een jong edelman van de hoogste verwachtingen en vooruitzichten, in wiens stoute en vurige omhelzing van zijn zaak zij een bewijs konden zien van de gevoelens der aanzienlijkste Engelsche geslachten, op dit beslissend tijdstip1. Dit was inderdaad een punt, hetwelk onder de aanhangers der Stuarts nog al aan twijfel onderhevig was, en daar een welgegrond wantrouwen ten opzichte van de medewerking der Engelsche Jacobieten een aantal Schotsche lieden van rang terughield om zijn standaard te volgen, en den moed dergenen die zich daarbij gevoegd hadden, verkleinde, zoo kon niets den Prins beter te stade komen, dan dat de eenige afstammeling van het huis van Waverley, zoo lang wegens moed en getrouwheid aan zijne zaak bekend, zich openlijk als zijn aanhanger verklaarde. Dit had Fergus van den aanvang af gezien. Hij hield wezenlijk van Waverley, omdat hunne gevoelens en ontwerpen nooit in botsing kwamen: hij hoopte hem met Flora vereenigd te zien, en verheugde zich dat zij werkelijk in dezelfde onderneming betrokken waren. Maar, gelijk wij vroeger opmerkten, hij verheugde zich desgelijks, als staatsman, dat hij een bondgenoot van zooveel gewicht aan zijne partij zag toegevoegd; en hij was alles behalve ongevoelig voor de achting, waarin hij zelf bij den Prins steeg, door zoo krachtig te hebben medegewerkt tot deze aanwinst.