Note 1 — VOORBERICHT.
Reading edition
Een mensch kan twee levens leven: een historisch, reëel, en een literarisch leven—een leven, ook hier, van Waarheid en van Droomen, als gij wilt. Het eerste is zeker in menig opzicht het belangrijkste, het ware, het eigenlijke leven; maar ook het tweede heeft, naast en in het eerste, zijne eigen beteekenis en waardij. Maar nu, met het oog daarop, kan Jonathan niet dan met groote dankbaarheid erkennen, dat, terwijl zijn werkelijk leven, als ieder weefsel der Schikgodinnen, zijn gemengde witte en zwarte draden gehad heeft, de webbe van zijn letterkundig leven schier niet dan enkel witte draden bevat. Hoeveel vrienden heeft hij op zijne omwandeling, nu reeds aanvankelijk onder een tweede geslacht, gevonden en behouden! En daarentegen, hoe weinig harde beoordeeling of behandeling heeft hij … ja, heeft hij daarvan ooit wel iets ondervonden? Hij kan het zich niet herinneren. Kon hij aan deze Schetsen een verhaal van zijne ervaringen op dit punt toevoegen!… maar dat behoort in het Geheime Dagboek, dat niet onder vreemde oogen komt. Waartoe dan de vermelding? Alleen uit een gevoel van dankbaarheid jegens de zachte lucht, die zijn zwak en teer gewas tot nu toe in ’t leven heeft gehouden, en het nu weer, als eene vernieuwing des levens, een nieuwen bloeitijd gunt. Moge ook later die lucht even zacht blijven. De heerlijke Juli-zon van dit jaar, schijnende over het bekoorlijke Dal aan de oevers van de Vesdre, nabij de wellen der Warme-Bron,1 waar ik deze regelen nederschrijve, schijnt mij daarvoor een goed en veelbelovend voorteeken te wezen. Moge dit voorteeken niet liegen. In die hoop, ga dan, mijn bloemeke, en bloei, en geur, zoolang uw zomerdag duurt, en breng met dezen uwen geur aan allen, die u welkom heeten en in liefde ontvangen, den heilwensen van uwen kweeker over in het ouderwetsche, maar hartelijk gemeende woord, dat ik zoo vaak als een devies op een breekbare gave der erkentenis en der liefde las: Wandel op rozen en—vergeet mij niet!