Note 1 — X. DE KRANKZINNIGE CONTROLEUR
Reading edition
De dokter slikte even. Hij dacht plotseling aan iets, dat hem al een paar dagen geweldig dwars zat; hij had een gesprek opgevangen van een sergeant, die een zieken makker in het hospitaal had opgezocht. De sergeant had eenige jaren geleden de bestorming van den kraton te Koeta Radja meegemaakt en had er „het ridder”1 verdiend; in het kleine garnizoen van Kota Balei was hij een man, met wien men rekening had te houden. De dokter had hem tot zijn zieken kameraad hooren zeggen: „Moet jij je door de Pil laten opereeren?? Nou, dan zou ik m’n testament maar maken; wij hebben hem ook in Atjeh gehad; toen hij daar kwam, heette hij Jan Mes, omdat-ie d’r dadelijk met het mes bij is, maar toen-ie een paar makkers kapot gesneden had, hebben wij er Jan Mis van gemaakt”…