Note 4 — VI. DE MENSCHEN-ETER
Reading edition
De zon was reeds lang achter de hooge rimba ondergegaan, nu kleurde zij de witte wolkjes rood, daarna donker-violet. In het bosch zetten honderden cicaden4 hun snerpend avondlied in, en log, met droefgeestigen slag, dreven kalong’s voorbij, die reusachtige vleermuizen, die uitvliegen als het avond wordt om vruchten te zoeken in het bosch en in de kampoeng’s. Het lieve moerai-lijstertje zong haastig nog de laatste noten van zijn laatste lied; hij moest in den vroegen morgen weer de eerste zijn om de natuur en de menschen wakker te zingen.