Note 1 — VI. DE MENSCHEN-ETER
Reading edition
„„Toean Koemandoer?1 Ja Allah, toean, ik heb zulke slechte berichten. Het nagri-hoofd van Si Biroeang heeft iemand hierheen gezonden om u te laten weten, dat die tijger nu weer een vrouw heeft neergeslagen, en hij vraagt of u niet helpen kan; de menschen op de afgelegen rijstvelden durven bijna niet meer uit hun huisjes te komen.””