← Table of contents
Waar mensch en tijger buren zijn

Note 3 — VI. DE MENSCHEN-ETER

Reading edition

1 Maleische titel van den Controleur in West-Sumatra. ↑

2 In naam van God, zoo waarlijk helpe mij God. ↑

3 „Nat!” ↑

4 „zingende” boomkrekels5. ↑

5 Stridulantia, Cicadidae. De mannelijke leden dezer rechtvleugelige insecten, een familie der Cicaden (onderorde der Snavelinsecten) dragen in zich een muziek-orgaan, dat bij enkele der grootste soorten zoo krachtig werkt, dat het scherpe, snerpende geluid het menschelijk oor een oogenblik geheel verdooft, indien men den „zanger” tot op korten afstand nadert. Onder de twee groote, lederachtige schubben, welke de verlengstukken zijn van het achterborststuk, ligt een driehoekige holte, welke als bodem een dun overlangs geplooid vlies heeft; dit „trommelvlies” is bevestigd in een hoornachtig raam; een krachtige spier werkt door middel van een pees op den naar den rug gekeerden rand van het raam; door haar samentrekkingen geraakt het vlies in trillende beweging. Het resultaat is ongelooflijk voor een insect van enkele centimeters grootte; maar niet minder verbazingwekkend is het uithoudingsvermogen van deze dieren, die uren en uren achtereen, slechts met zeer korte pauzes, hun eentonige solo’s rondsnerpen. Soms houden enkelen van verschillende soort een oorverdoovend concert in het stille bosch, maar de een trekt zich niets van den ander aan en zij laten zich volstrekt niet door elkaar van de wijs brengen. Enkele soorten komen tot in de steden, vliegen ’s avonds dikwijls als projectielen tegen de lampen aan en verspreiden schrik in damesgezelschappen. Men ziet ze wel tegen lantarenpalen gekleefd, waar het aanlokkend licht hen bracht, en zij schetteren er hun hoogste lied alsof ze „thuis” waren, de groote oogen puilend uit het gezwollen voorhoofd.

Bij de oude Grieken gold een cicade, zittend op een harp, als het zinnebeeld der muziek, omdat een cicade zich neerzette op de plaats waar een snaar van Eunomus’ harp gesprongen was, toen deze met Ariston kampte om den eereprijs, en zoodoende Eunomus de overwinning bezorgde. Maar beter dan met het trillen van een harpsnaar kan men het geluid van de cicade vergelijken met een nasaal snerpend kindertrompetje. Mooi is het dus niet, maar men zou het in de mystiek van het Indische bosch niet gaarne missen. En mij deed het altijd denken aan de stille, Hollandsche heide, als, in de hittetrilling van een warmen zomerdag, de gele gors in de enkele noten van zijn bescheiden deuntje het liedje van verlatenheid zingt. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings