← Table of contents
Waar mensch en tijger buren zijn

Note 3 — II. VAN MENSCH TOT TIJGER

Reading edition

Deze overlevering van Bittertong moeten wij als volgt begrijpen. In de Pasemah-hoogvlakte, waar het verhaal speelt, zijn tal van hoogst merkwaardige beelden gevonden van menschen- en dierenfiguren (door mij beschreven in Bijlage D. van het Oudheidkundig Verslag, Batavia, 1ste kwartaal 1922, met 43 foto’s) waarschijnlijk vervaardigd in de eerste eeuwen onzer jaartelling, maar waaromtrent nog geen zekerheid bestaat. Nadat de volksstam, wiens grootheid die beelden waren, waarschijnlijk Negrito’s, door onbekende oorzaken verdween en de geheele streek volkomen verlaten was, maakte het zware bosch er zich weder meester van. Eerst eeuwen later kwamen nieuwe bewoners, zij waanden zich de eerste ontginners van het land, en toen zij onder en tusschen de wortels van de reuzen van het woud „versteende menschen en dieren” vonden, moest wel worden gedacht aan bovenaardsche invloeden. En zoo werd de legende van Bittertong geboren, den zwerver, die op zijn tochten overal menschen en dieren tot steen vervloekte; die van bloeiende nederzettingen een rotspartij maakte, enkel en alleen omdat men om hem lachte of het hem niet naar den zin maakte. Voor zijn rekening komt ook, in de beneden-landen van Palembang, het verdwijnen van Çiwaitische en Boeddhistische vestigingen aan de rivieren en de meren, waarvan men slechts nog de roode baksteenen vindt der tjandi’s en urnen, kralen en scherven. Hij „terroriseerde” geheel Zuid-Sumatra, van den Vlakken Hoek aan de zuidpunt tot in Djambi’s bovenlanden, van Aboeng in Tanah Lampoeng tot Moeko-Moeko aan de wilde westkust.

Met andere woorden: overal, waar bij de plaatselijke bevolking de legende van Pahit Lidah (Bittertong) levendig is, daar kan men er vrij zeker van zijn, dat er overblijfselen van oudheden te vinden zijn of geweest zijn.

Bittertong was dus niet één man, men moet hier denken aan een volksstam (Hindoe-Javanen of Hindoe-Maleiers), die over Zuid-Sumatra uitzwermde na het tijdvak, waarin de knappe beeldhouwers van Pasemah leefden, of aan het eind van die periode. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings