Note 4 — II. Wettelijke Regeling der Prostitutie.
Reading edition
De heer Koentz schrijft in zijne brochure,4 “Maar even als verschillende oorzaken vaak samenwerkten ter bevordering der ondeugd, zoo ook vond het ontuchtig leven der vrouwen dikwerf zijn oorsprong, òf in de opvoeding, òf in de armoede, òf in andere oorzaken, waarvan het individu vaak de schuld niet was. Velen van haar waren jong en schoon, zonder behoorlijk toezicht en, aan zich zelven overgelaten, vervielen zij tot een ontuchtig, zwervend en eindelijk armoedig leven, dat hen drong, omdat zij elders werden afgewezen, eene vaste woning te zoeken, die alleen in de huizen der ontucht te vinden was.” En dan vraagt hij later, “Maar tracht de menschlievendheid dan niet, die ongelukkigen, welke de slachtoffers der armoede en der verleiding waren, uit dien gevallen staat op te heffen?” en