Note 7 — I. Economische en Staatkundige Onafhankelijkheid.
Reading edition
Wel is waar verontschuldigt mr. E. Fokker de wetgevende macht door te onderstellen, dat in 1820–1838, toen het thans nog geldend burgerlijk wetboek tot stand kwam, de zeden en begrippen zulke onwaardige wetten in de pen gaven7, maar daarmede toont hij een andere opvatting van de aanleiding tot het maken van zulke onrechtvaardige wetten te hebben dan bijv. de Groninger hoogleeraar mr. B. D. H. Tellegen.