Note 3 — XVIII.
Reading edition
De Victoria volgde weldra de bedding der rivier op nauwelijks honderd voet hoogte. De Nijl was op die plaats 50 vaam3 breed en de inlanders werden oproerig in de dorpen, die hare oevers omzoomden. Op den tweeden graad vormt hij een waterval van tien voet hoog, die bijgevolg onoverschrijdbaar is. “Daar is de waterval door Debono aangewezen,” riep de doctor uit. De kom van den stroom werd breeder en was met talrijke eilanden bezet, die Samuel Ferguson met den blik als verslond; hij scheen een merk te zoeken, dat hij nog niet bespeurde. Eenige negers waren in eene schuit onder den ballon naderbij gekomen. Kennedy begroette hen met een geweerschot, dat, zonder hen te bereiken, hen noodzaakte spoedig den oever te bereiken.—“Goede reis,” zeide Joe, “in hunne plaats zou ik het niet wagen terug te komen, ik zou bevreesd zijn voor een monster, dat naar willekeur den bliksem slingerde.” Plotseling nam de doctor zijn verrekijker en richtte dien op een eiland in het midden der rivier.—“Vier boomen!” riep hij uit, “ziet, daar ginds.”—Inderdaad er verhieven zich vier boomen aan het uiteinde.—“Het is het eiland Benga! Ja, het is het wel!” voegde hij er bij.—“Welnu, wat dan?” vroeg Dick.—“Daar zullen wij nederdalen, als het God behaagt!”—“Maar het schijnt bewoond, mijnheer Samuel!”—“Joe heeft gelijk, als ik mij niet bedrieg zie ik daar een twintigtal inlanders verzameld.”—“Wij zullen hen op de vlucht drijven, dat zal niet moeielijk zijn,” antwoordde Ferguson.—“Zoo als gezegd is,” hernam de jager.