Note 1 — TWEEDE BEDRIJF.
Reading edition
Rafaël (smartelijk). Misdaan? We hebben elkander éénmaal gesproken. Hoe zou je misdaan kùnnen hebben? Wàar was ’t? ’t Was in ’t huis van je vader. Je zei iets tot mij. Ik zei iets tot jou. Woorden, woorden van èlken dag. Misdaan? Je heb mooie oogen, ’n mond om te kussen. Je handen zijn blank. Je zult moeder van véel kinderen worden. Poere oerewoe oemieloe es hoöres1—gaat en vermenigvuldigt je—En ’n kind—hàhà!—is ’n weelde, ’n kind groeit uit de aarde als ’n plant met enkel knoppen van vreugd!—Wat breng je mee? Drie, vier of vijf? Als m’n vader drie neemt, neem ik drie! Als m’n vader vier neemt, neem ik vier! Neemt hij vijf is ’t mij goed! Ik ben gezond, heb geen gebreken. Ik heb ’n ding dat ziel heet. Dat krijg je toe! Ik droom. M’n droomen zijn te geef.… O Rebecca, we kunnen als tortels zoo gelukkig met elkander zijn.