Note 1 — VII. VERRAAD.
Reading edition
„Ik begrijp niets van de bevelen, die tot mij komen? Ze zijn allen even tegenstrijdig. Wat wil de Soesoehoenan? Zich van mij ontdoen, of mij handhaven; het is uw vader, die alles regelt. Ik ken zijn geheime wenschen maar wie is mij borg dat ook de andere hofgrooten ze deelen. De rol, die men mij geeft walgt mij; ik ben een soldaat, een rooverhoofdman, wat men wil, maar geen dalang,1 die telkens andere stemmen aanneemt, andere personen voorstelt.”